Anke den Duyn
'Het vergeten schilderij'
'Het logboek'

Home
Het vergeten schilderij
Down Under
Het bord
Een jongen van Vlie
Op de rivier
Cape Inscription
Achtergrond
Reserveren
Contact
Boeken
In de pers

Een jongen van Vlie
Woedend rent hij het duin op. Zijn voeten zakken diep weg in het zand. Halverwege de helling laat hij zich voorover vallen en grijpt zich vast aan het helmgras. Op handen en voeten klautert hij naar de top. Juriaen heft zijn gebalde vuisten naar de lucht.
'Kun je wel!', schreeuwt hij tegen de wind. 'Eerst jaag je de golven op tot ze het schip van vader breken. En nu blaas je een goede bries in de zeilen van die dikke koopman. Wie denk je wel dat je bent...' schreeuwt Juriaen naar het dorp. 'Blaaskaak! Je mag dan een goed schip hebben. Zelf heb je nog geen zee bevaren. Het gevaarlijke werk laat je over aan de schippers zodat jij in je pronkerige huis je centen kunt tellen!'
Een harde windvlaag blaast zand in zijn gezicht. Juriaen trekt zijn muts diep over zijn ogen en gaat met zijn rug tegen een pol helmgras zitten.
Man van de wereld... Schipper van niks! Bij het minste zuchtje wind vlucht hij in de kajuit. Zo bang is hij dat zijn pruik van zijn hoofd zal waaien.
Juriaen begrijpt niet wat zijn moeder in die snoever ziet. Diners met belangrijke gasten. Geborduurde jurken met een sleep. Het leven in een stad...
'Danzig is niet zomaar een stad', zou Gerrit zeggen. 'Het is de koningin van de Oostzee.'
Wat kan hem dat schelen, hij gelooft niet meer in sprookjes.

Ze zullen hem opsluiten in een wereld van hout en steen. Elke dag zal hij het geleuter van snoevende kooplieden moeten aanhoren. Hij zal gek worden van het geratel van koetsen en schreeuwende mensen. Juriaen slaat zijn handen tegen zijn oren bij de gedachte aan al dat lawaai. Zolang hij leeft hoort hij het geluid van de zee. Ruisend zingt ze hem in slaap. Bruisend en dansend brengt ze verhalen. Bulderend en verslindend...
Juriaen springt overeind. Beneden op het wad hinnikt een paard. Twee figuurtjes slepen een kist over het zand naar de sloep. Met een volgeladen bootje varen ze naar de driemaster die op de rede voor anker ligt.
Juriaen snuit zijn neus in zijn mouw en klopt het zand van zijn kleren.
Op het schip rennen mannen af en aan. De kisten worden aan boord gehaald en in het ruim gestouwd. Een grote kast bungelt gevaarlijk aan een takel. Op het dek houdt koopman Gerrit Uylenbrock een oogje in het zeil. Aan zijn kleding kun je zien dat het de man voor de wind gaat. De mouwen van zijn vest zijn prachtig versierd en om zijn kuiten zitten zijden kousen.
Gerrit rolt een vrachtbrief uit en zwaait driftig met zijn armen. De sloep is al weer op weg naar het wad waar de wagen klaar staat met een nieuwe lading.

Vijf kisten met servies en ander huisraad
Zeven kisten kleding.
Twee kisten gevuld met kragen en sierraden.
Een Zeeuwse kast...

Behoedzaam wordt de vracht tussen de vaatjes Portugese wijn en balen Indiase zijde gezet. Het porseleinen theeservies van grootpa is in wollen doeken gewikkeld. De kast bracht vader mee op één van zijn reizen. Het zijn de eigendommen van zijn moeder. Morgen zal dit schip haar meenemen naar die onbekende stad aan de Oostzee.

Notenhouten schrijftafel
Bronzen kroonluchter
Portretten van voorouders
Kleine globe
Kist van Juriaen

Ook zijn leven wordt in het ruim van het schip geschoven. Een paar boeken, wat kleren en de globe.
Juriaen laat zijn blik over het eiland dwalen. Om hem heen glinstert de zee. Op de rede ligt de vloot klaar om uit te varen. Een fluitschip keert terug van de Sont.
Zolang hij leeft, ziet hij schepen vertrekken en luistert hij naar verhalen van verre kusten en vreemde landen.
Als het luik van het ruim straks dichtvalt, zal alles in een klap veranderen. Negenhonderd mijl hiervandaan wacht hem een nieuwe toekomst. Een gouden toekomst als hij die dikke koopman met zijn worstenvingers mag geloven.

De late middagzon spiegelt in het wad. Ver weg op de Noordzee zeilt een schip. 'Een man van de wereld, is een man van de zee...' Juriaen heeft zijn besluit genomen.



'Een man van de wereld, is een man van de zee...'

Juriaen Ys, kajuitsknecht op de 'Geelvinck' 1696